#WOT, deel 14: vlinder

Photo by Pixabay on Pexels.com

Hoera! Het is weer Lente en de temperatuur daarbuiten gedraagt zich ook enigszins in die trent. Ben daar persoonlijk blij mee, want hee die vurige koude winters met al dat sneeuw en die gladheid. Ik kan er serieus niet aan wennen. :-p

Nee, dan de Lente als je net als op bijgaande foto weer prachtige shots kunt nemen van vlinders. Als kind was ik al enorm gefascineerd door dit fenomeen. Ik volgde ze dan ook op de voet. En ik was er zeker van, dat als een vlinder in je nabijheid verscheen, dat een positief teken (van boven?) was.

Het #WOT-woord van vandaag is:

Vlinder: positief symbool van verandering en onsterfelijkheid; en de uit ogenschijnlijke dood en ontbinding geboren schoonheid (de levenloos lijkende cocon).

Betekenis van http://www.alleshelder.nl/watis/Aura.htm

Herboren

Zo ken ik iemand die bij leven gefascineerd was door specifiek witte vlinders. En ze zwoor dan ook dat als ze zou komen te overlijden, helaas deed ze dat maar al te vroeg, ze dan terug zou komen als een witte vlinder. En prompt, iedere keer als wij een witte vlinder tegenkomen, dan zeggen we:

“Ah, daar is Lies, ze wil er ook weer even bij zijn!”

Gek genoeg, heb ik dat ook bij mijn vader, die altijd iets lijkt te willen vertellen vanuit het hiernamaals middels een veertje. En elk moeilijk moment dat ik na zijn overlijden had, en dat zijn er nogal wat, kom ik wel een wit veertje tegen.

Mooie gedachte

Heb jij ook wel eens van dat soort mooie gedachten. Geloof je in reïncarnatie en dat je kunt kiezen in welk dier/wezen jij terugkeert op deze aardkloot? Of juist niet. Maar heb je een ander mooi vlinderverhaal?

Ik lees het weer graag in de reacties hieronder.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Woest aantrekkelijk

Slaap al jaren met een vinger mijn wang ingedrukt houdend, een gecompliceerde manoeuvre ’s nachts, maar je moet wat om die zo vurig gewenste kuiltjes in de wangen te bemachtigen.

Het wil echter nog niet zo vlotten met die kuiltjes. Ik heb dan vaak wel irritatieplekken op mijn wangen, waarschijnlijk omdat de vingers iets te hardnekkig dóór willen drukken. En stijve vingers, die krijg je daar ook van. Eigenlijk heb ik nog niet eens de perfecte positie weten in te nemen. En dat zal waarschijnlijk ook nooit lukken.

Dus oefen ik vaak des morgens in de spiegel. Hoe ik die kuiltjes wel kan vertonen. Daartoe moet ik wel wat rare bekken trekken, maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken.

Het verwaarloosbare knobbeltje

Des morgens trek ik vaak gekke bekken naar mezelf in de spiegel. Dat is louter om gelijk bij het ontwaken in de juiste stemming te komen. Ik steek mijn tong eens uit. Ik lach naar mezelf. En nog meer van dat soort vage en tegelijkertijd maffe uitdrukkingen. Meestal werkt het. Dit keer niet.

Want toen was daar dat moment dat ik heel even schrok omdat ik een knobbeltje ontwaarde aan de zijkant van mijn tong. Zag ik het wel goed? Rechts, zo halverwege? Ik slikte even, trok mijn tong terug. Stak hem weer uit, en bestudeerde het geval van boven, onder, links en rechts. Mijn vinger trachtte het knobbeltje ook te bewegen om te zien of het nog enigszins flexibel was. En dat was het. Gelukkig, dacht ik nog. Flexibiliteit leek me beter dan een vastgeroest knobbeltje van heb ik jou daar.

Nu ik er over na ging denken, er omheen was het ook wel een beetje pijnlijk. Maar kom, had ik niet gewoon een keer te hard op mijn tong gebeten? Het was vast niets om me zorgen over te hoeven maken?

Zelfs niet omdat mijn broer afgelopen december nog het leven liet aan die rotziekte. Zelfs niet als je zelfs over buurtjes hoort dat ook zij nu… Ja, ik hoor dat kanker flink om zich heen slaat momenteel, bij een heleboel mensen die ik dat absoluut niet gun. Maar goed, wie wens je dat nou helemaal toe? Niemand toch? Zelfs mezelf niet.

Ergens sloeg de paniek bij mij dus wel toe. Al hoopte ik dan wel vurig dat dat knobbeltje op een gegeven moment wel weer zou verdwijnen. En aangezien ik toch binnen een tijdsbestek voor mijn voet naar de huisarts moest, dacht ik, dat ik dat dan wel te berde zou brengen. Aldus geschiedde. Ik ging naar de huisarts en nog voor ik mijn pijnlijke rechtervoet besprak stak ik mijn tong naar haar uit en vroeg haar wat zij ervan dacht.

“Nu, toch maar even laten controleren door de KNO-arts!” was haar reactie. Op zo’n moment tref je me dan in de verkeerde hoek. Maar thuisgekomen was ik toch wel zo flink direct die afspraak in te plannen. Het duurde liefst drie (3) weken eer de afspraak zou plaatsvinden.

De afgelopen drie (3) weken heb ik thuis alles gedaan wat verboden is. Ik heb gezopen, gesnoven, gerookt, en op mijn kop gestaan. Ik het alles – mijn hele godganse leven – herbeleefd met een lach en een traan. Zelfs in het holst van de nacht in de storm en regen staan foeteren met als resultaat dat ik (bijna) ziek werd. Louter om mezelf te bewijzen dat ik toch – al was het maar voor een zeer kortstondige periode – GELEEFD heb.

Vanmorgen was de afspraak bij de KNO-arts en na een kort onderzoek werd ik gelukkig gerustgesteld. Het knobbeltje heeft vast geen kwaadaardige bedoelingen, aldus de arts. Het zal waarschijnlijk gewoon plotsklaps weggaan. Net zoals het ook ontstaan was.

Heb ik me daar weer even voor niets druk over kunnen maken. Gelukkig maar, want hee… stel je voor dat je niets meer hebt om je over op te winden?!