#WOT, deel 1, 2023: enthousiasme

Photo by Kampus Production on Pexels.com

Nee, het woord is dus niet ‘voornemens’. Ik heb daar een ander woord voor gepakt. Want kijk jij – net als ik – ook zo enthousiast uit naar het komende jaar?

Heb je net als ik – per ongeluk, maar ook expres – bewust geen goede voornemens, die je net zo enthousiast weer ‘vergeet’ zodra het jaar vordert? En weet je juist altijd weer dat enthousiasme op te brengen voor iets, of iemand?

Het #WOT-woord is:

Enthousiasme is een gemoedstoestand waarbij men zich levendig en uitgelaten gedraagt en een grote geestdrift en motivatie voor iets of iemand vertoont.

nl.wikipedia.org

Hoe zit het met jouw enthousiasme?

Heb je dromen en plannen voor dit aankomende jaar, waar je enthousiast over bent geworden, eer je er aan begonnen bent? Of staan er zaken in de planning waarover je nog niets mag verklappen? Ben jij – net als ik – dat open boek als je eenmaal enthousiasme ontwikkelt?

Ik ben vreselijk benieuwd naar wat jij me hierover kunt vertellen.

Ik lees het dan ook graag weer hieronder, in de reacties.

Schrijf je mee?

#WOT betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verzin ik een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. De vorige woorden kun je in het archief vinden.

Even over mijn liefdesleven

Photo by Designecologist on Pexels.com

Al mijn hele leven lang raak ik steeds opnieuw verliefd op tamelijk onbereikbare lieden. Hetzij mannelijk. Hetzij vrouwelijk. Wegens hun karaktereigenschappen. Wegens hun uitstraling. Wegens een legio redenen die ik niet eens zelf kan bevroeden.

Maar altijd weer stel ik een mogelijke relatievorming uit. Om de doodeenvoudige reden dat ik mezelf niet in iemands’ schoot wil werpen met de vraag mij gelukkig te maken. Ik wil die verwachting namelijk niet bij die ander neerleggen, maar puur bij mezelf.

Of ga ik relaties aan met heren die reeds bezet zijn, zodat er voor mij geen kwestie is van te dichtbij komen. Of cancel ik last minute afspraken, als ik te bang ben dat het – yep, indeed – weer té persoonlijk zal gaan worden.

Nu ben ik minstens 35 jaar verder en in mijn 56ste levensjaar. Ik had reeds oma kunnen zijn. Ik had moeder kunnen zijn. Ik had betekenisvolle relaties kunnen hebben. Van dat alles niets, noppes, nada. En tot nu toe ervaar ik daar nog niet zoveel last van. Behalve tijdens de feestdagen dan. Of als je alléén – als dappere single – dient te verschijnen op feestjes. En half wordt nagestaard.

Ik bepleit dit voor mezelf altijd weer. En altijd opnieuw. Iedere keer als ik hoor dat familie en vrienden gaan scheiden. En weer andere relaties aangaan, en vorige relaties letterlijk slopen. Ik denk dan bij mezelf en vergoelijk altijd opnieuw dat ik in mijn up veel gezelliger én notabene gelukkiger ben dan al die andere mensen, die die hachelijke stappen wél hebben gezet.

Ergens denk ik dat de mens als zoogdier niet bepaald in staat is om het een leven lang met louter één partner te doen. Dat is wellicht ooit bepaald vanuit religieuze standpunten, maar niet een haalbare keuze. Mijns inziens.

Soms vraag ik me stiekem af, wie het nu werkelijk bij het rechte eind heeft. Want zelfs ik weet, dat ‘no man is an island’. Al denk ik dan nog 1.001 keer dat ik het zo goed zie. Ik vraag me ook altijd af, hoeveel goeds de liefde me had kunnen doen. Nu. Tegenwoordig. Met de rijpheid die ik nu bezit.

Waarschijnlijk zal ik het nooit weten. Tenzij ik voor mezelf bepaal dat ik nu de stappen zal gaan zetten zonder mijn geluk via een ander af te dwingen. Stiekem vermoed ik ook zomaar, dat ik mezelf dat stukje geluk zomaar heb ontzegd. Bewust en onbewust. Kedang.

Je mot schrijven, kreng!

Photo by Jessica Lewis Creative on Pexels.com

De laatste tijd komt het er maar niet van, dat schrijven. Of liever, het komt niet uit mijn vingers. Zelfs mijn vingers zijn de vreugde vergeten van het schrijven.

Terwijl het mooie van schrijven juist is, dat ik van tevoren eigenlijk niet wist wat ik ging schrijven. En als ik dan eenmaal losga, dat is: als ik mijn vingers laat losgaan ik een verhaal neer heb gezet, wat mezelf dan nog het meest verbaast na die laatste punt. Achteraf.

Ik zou het bijzonder jammer vinden als ik zelfs de oefening dat niet meer waard vind. Want juist mijn oefeningen leren me zo veel over mezelf. Ik durf zelfs te stellen, dat mijn vingers meer wijsheid in pacht hebben dan mijn brein.

Mijn vingers durven ook beduidend meer dan mijn brein durft te zeggen.

Lijkt me ook over het algemeen maar beter, want ik zou echt niet veel vrienden overhouden als mijn vingers zich continu uitspraken.

Nu ben ik niet zo van de goede voornemens. Ook dit jaar niet. Maar vandaag bedacht ik me, dat het voor mezelf zo nuttig zou zijn om later als ik groot ben deze blogs weer terug te lezen. Omdat mijn geheugen me nu al – te vaak – in de steek laat.

Zo weet ik over een half jaar al niet meer te vertellen, dat ik sinds vorige week te kampen had met iets nietszeggends als een blaasontsteking. En dat ik dan ook niet meer weet te melden wat ik deed met Oudejaarsavond bijvoorbeeld. Of hoe het weer was, gedurende deze periode. Hoe ik bepaalde technische zaken ooit op een bepaalde manier heb weten op te lossen. Ik vergeet dat.

En soms, lees: meestal, helpt mijn blog me dan weer op het rechte pad. Omdat ik het dus wel had opgeschreven op mijn blog, omdat ik dat op dat moment zo’n miraculeus moment suprême vond.

Hoe dan ook. Schrijven houdt me mentaal scherp en gezond. Het is bovendien een leuke en luchtige bezigheid. En mijn vingers komen weer eens uit de (ver)krampstand.